Genootschap Leeuwen van het Centraal Station

Waarom leeuwen?

Waarom heeft men die 22 leeuwen op de spoorviaducten van het Centraal Station geplaatst?

In 1860 besloot het rijk om een spoorlijn aan te leggen tussen Amsterdam en Den Helder (‘Lijn K’). De regering Thorbecke stelde in 1864 voor om deze nieuwe spoorverbinding aan te leggen dwars door het Open Havenfront (het toenmalige centrum van de Amsterdamse haven). Amsterdam was hier mordicus tegen. Dit zou de scheepvaart zodanig belemmeren dat het wel tot de ondergang van de stad moest leiden. De discussie van toen is vergelijkbaar met die van nu over de Noord/Zuidlijn. Negen jaar later ging de Amsterdamse gemeenteraad toch akkoord met deze enorme stedenbouwkundige ingreep. Door de nieuwe spoorlijn dwars door het Open Havenfront aan te leggen, kon nu ook de spoorlijn uit Haarlem worden verbonden met die uit Utrecht. Tot dan toe konden treinreizigers uit Utrecht niet verder komen dan tot Amsterdam-Oost (eindpunt station Weesperpoort). De treinen uit Haarlem stopten op het eindpunt station Willemspoort, aan de westkant van de stad. In de toekomst zouden alle reizigers kunnen uitstappen op het nieuw te bouwen Centraal Station.

Hieronder ziet u een kaart van Amsterdam in 1875, waarop de drie eilanden in de haven ingetekend zijn.Geheel links treinstation Willemspoort (bij Haarlemmerplein). Door de Eilandsgracht is het bogenviaduct al aangelegd. Ook zijn de drie kunstmatige eilanden goed te zien, die in het open havenfront zijn aangeplempt, en waarop het Centraal Station later zou verrijzen. De oranje cirkels geven de drie doorgangen aan voor de scheepvaart, die zo onder de spoorlijn konden doorvaren. Op deze kruispunten van spoor- en waterwegen werden de leeuwenbeelden gezet.

kaart Amsterdam 1875, de drie eilanden ingetekend

kaart Amsterdam 1875, de drie eilanden ingetekend

Vanaf 1870 startte de bouw van de noodzakelijke infrastructurele werken. Er werd in de jaren 1870 tot 1876 een enorm bogenviaduct gemetseld langs de Haarlemmer Houttuinen om de oude spoorlijn uit Haarlem te kunnen doortrekken naar het Centraal Station. Drie kunstmatige eilanden werden aangeplempt in de haven (1872-1877). Daarvoor werd zand gebruikt dat vrijkwam bij de aanleg van het Noordzeekanaal. Om de toegang voor de scheepvaart te garanderen, was besloten aan weerszijden van het Centraal Station twee doorvaarten te maken. De derde doorgang werd gepland van het IJ naar de Korte Prinsengracht, aan het einde van het bogenviaduct langs de Haarlemmer Houttuinen. Via de Westertoegang, de Oostertoegang en de doorgang op de kruising van Korte Prinsengracht en Haarlemmer Houttuinen konden schepen vanaf het IJ toch de stad invaren en andersom. Er werden spoorbruggen aangelegd over deze drie doorvaarten. Deze waren gereed in 1874 (toegang Korte Prinsengracht) en 1877 (de andere twee doorgangen). Tot slot bouwde men op het middelste eiland het Centraal Station (1881-1889).

De architect van het gemetselde bogenviaduct langs de Haarlemmer Houttuinen in de Eilandsgracht was A.L. (Dolf) van Gendt (1835-1901). Van Gendt, die samen met P.H.J. Cuijpers het Centraal Stationsgebouw ontwierp, was ook verantwoordelijk voor het ontwerp van de spoorbruggen over de Westertoegang en Oostertoegang. Omdat de verbinding tussen de toenmalige eindstations Willemspoort (West) en Weesperpoort (Oost) in één keer werd aangelegd, is aannemelijk dat Van Gendt alle bruggen, landhoofden en viaducten op het traject heeft ontworpen, ook al omdat opzet en uiterlijk van alle delen sterk overeenkomen.

De spoorbruggen over de drie toegangen werden verfraaid met in totaal 22 grote stenen leeuwen. De 16 stuks van Wester- en Oostertoegang zijn groter en iets anders van uiterlijk dan de 6 van de Korte Prinsengracht, alhoewel de pose van alle 22 gelijk is.

De beelden zijn gehakt door de Amsterdamse steenhouwer Tobias van Nieuwenhoven (1844-1883) uit Obernkirchner zandsteen. Althans dat verhaal is door de generaties heen in de familie Van Nieuwenhoven doorverteld. De nazaten van steenhouwer Gabe Kappenburg (1836-1907) menen dat hun voorvader de leeuwen op de Oostertoegang heeft gemaakt. Of Tobias en of Gabe ook de ontwerpers waren van de leeuwensculpturen is niet zeker.  Wel is zeker dat Henri Geelen het definitieve ontwerp maakte voor de zes leeuwenbeelden op de Korte Prinsengracht.

Alle leeuwen dragen een wapenschild. De symboliek die aan de leeuwen werd meegegeven, verbeeldt mogelijk de hevige strijd die tussen Rijk en stad Amsterdam was gevoerd in de 60-er jaren van de 19e eeuw over de toen zeer omstreden bouw van het station midden in de haven. Zie de pagina symboliek.

 

 

– laatste update 8 oktober 2017